Nieuws

Terug naar het overzicht

29.08.2016 » Grootouder- opvang geen ondernemerschap-

Naar aanleiding van onrust bij gastouders omtrent zelfstandig ondernemerschap willen wij u van het volgende op de hoogte brengen. HIeronder treft u informatie aan naar aanleiding van een gastouder die van mening is dat zij zelfstandig ondernemer is. Van belang is dat u hierin meeneemt dat de gastouder de grootouder is van de opvangkinderen.

 

14 juni 2016

Opa’s en oma’s die alleen als gastouder fungeren voor hun eigen kleinkind, mogen zichzelf geen ondernemer noemen. Hierdoor komen zij niet in aanmerking voor diverse ondernemersvoordelen zoals de startersaftrek, zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Dit blijkt uit een recente uitspraak van het Hof van Den Bosch in een rechtszaak.

Alleen gastouderopvang voor eigen kleinkinderen

De rechtszaak betrof een oma die 4 dagen per week gastouderopvang verzorgde voor haar 3 kleinkinderen. In principe voldeed de vrouw aan diverse criteria om het gastouderschap uit te mogen oefenen. Zo beschikte zij over het diploma ‘Helpende zorg en welzijn’ met als specialisatie gastouderschap en stond zij keurig ingeschreven bij een gastouderbureau.

Helaas toonde de vrouw zich op andere vlakken bepaald geen ondernemer. Zo had zij geen enkele poging tot acquisitie van nieuwe klanten ondernomen en deed zij ook niet tot nauwelijks investeringen. Ook bij een analyse van de opbrengsten en kosten bleek het louter om zeer lage bedragen te gaan.

Toch zag de oma zichzelf wel degelijk als ondernemer. De vrouw gaf haar omzet door aan de Belastingdienst onder de noemer ‘winst uit onderneming’ en maakte daarbij ook gebruik van aftrekposten als de startersaftrek, zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Aftrekposten die normaliter onder meer dienen om typische ondernemersrisico’s te minimaliseren.

Weinig opdrachtgevers en ondernemersrisico’s

Dit bleek tegen het zere been van de Belastingdienst. Die oordeelde, gezien de situatie van de vrouw, namelijk dat de inkomsten geen ‘winst uit onderneming’ maar ‘resultaat uit overige werkzaamheden’ betroffen. In een eerder stadium was de rechtbank Zeeland-West Brabant het hier al mee eens. Hierop tekende de vrouw echter beroep aan.

In het hoger beroep gaf het Hof in Den Bosch de Belastingdienst alsnog gelijk. Het feit dat de enige klanten van de gastouder haar familie waren, speelde hierbij een belangrijke rol. De vrouw liep door de zo goed als gegarandeerde inkomsten bovendien geen traditionele ondernemersrisico’s zoals veel andere ondernemers die wel lopen.